Kies referenties die tijdens het werk blijven
Gebruik niet een losse tegel of paaltje dat tijdens sloop verdwijnt. Leg een nulpeil vast op een stabiel, terugvindbaar punt en fotografeer de ligging. Meet dorpels, ventilatieopeningen, putranden, erfgrens, boomvoet en bestaande lage plekken.
Teken routes in plaats van losse hoogtes
Verbind meetpunten tot vlakken en lijnen. Markeer waar water een rand moet passeren, waar het tijdelijk mag staan en waar absoluut niet. Geef zowel normale route als noodroute een bestemming.
| Kaartlaag | Wat staat erop | Wanneer controleren |
|---|---|---|
| Vaste punten | Dorpels, gevel, putten en grenzen | Voor sloop en bij oplevering |
| Werkpeilen | Onderbouw, randen en eindvlak | Per verborgen laag |
| Waterroute | Pijlen, berging en overloop | Voor ontwerp en met watertest |
Gebruik passende meetmiddelen en dubbele controle
Een slangwaterpas, roterende laser of ander instrument kan geschikt zijn afhankelijk van afstand en nauwkeurigheid. Spreek methode en tolerantie af. Laat kritieke waarden door twee personen of op twee momenten controleren voordat grond wordt afgevoerd of een vaste rand wordt geplaatst.
Houd de kaart levend tijdens uitvoering
Verwerk aangetroffen leidingen, onverwachte fundering en gewijzigde puthoogtes direct. Een as-built peilkaart toont de werkelijk gemaakte situatie en ondersteunt later herstel. Bewaar foto’s met maatlat of zichtbare referentie, niet alleen overzichtsfoto’s.