Bekijk meer dan de bovenste vijf centimeter
Graaf kuilen van ongeveer 30 tot 40 centimeter op een droge, een gemiddelde en een verdachte plek. Let op kleur, wortels, geur, puin en abrupte lagen. Een donkere kruimelige toplaag boven dicht geel zand vraagt een andere aanpak dan homogene zware klei.
Knijp vochtige grond in je hand. Zand valt makkelijk uiteen, leem vormt een broze rol en klei blijft glad en kneedbaar. Dit is een veldindruk, geen laboratoriumanalyse, maar wel nuttig voor ontwerpkeuzes.
Test infiltratie en volg de regen
Vul een vooraf natgemaakt gat van circa 30 centimeter breed nogmaals met water en meet de daling per halfuur. Een enkele meting is indicatief: herhaal op verschillende plekken en niet direct na uitzonderlijke droogte.
Blijft regen lang staan, start dan bij de diagnose waarom water in de tuin blijft staan. Leg niet automatisch een grindkoffer of drainage aan; zonder veilige afvoer verplaats je het probleem soms alleen.
Maak een eenvoudige zonkaart
Teken in lente of zomer om 9.00, 13.00 en 17.00 uur de schaduwgrens. Noteer ook hoge bomen en gebouwen die in winter een veel langere schaduw geven. “Tuin op het zuiden” zegt weinig over een border achter een schuur.
Combineer zon, vocht en bodem tot standplaatsvakken. Kies planten later per vak, niet alleen op kleur of bloeitijd.